Vater-orgel, Oude Kerk / Amsterdam
Het orgel wordt in 1726 gebouwd door Christian Vater. Enkele jaren na de bouw voert Matthias Schultze de eerste veranderingen uit.
In 1742 wordt het orgel – mede tengevolge van een restauratie van de toren – ingrijpend gewijzigd door Johann Caspar Müller die onder meer nieuwe windladen, een nieuwe windvoorziening, nieuwe mechanieken en een nieuwe klaviatuur vervaardigt. Toch vinden in de daaropvolgende decennia met regelmatig de nodige veranderingen aan het orgel plaats.
Zeer ingrijpend is echter de modernisering die Christian Gottlieb Friedrich Witte in 1870 voltooit. Dit betreft met name de klaviatuur en de mechanieken, alsmede de intonatie van het pijpwerk. Sindsdien blijft het orgel vrijwel ongewijzigd. De windvoorziening bestaat uit acht oude spaanbalgen van Müller die in 1979 door S.F. Blank werden gerestaureerd.
| Hoofdwerk Prestant 16' | Rugpositief Prestant 8' | Bovenwerk Quintadeen 16' |
| Pedaal Prestant 16' | Werktuiglijke registers koppeling HW-RP |
De kas van dit orgel is vervaardigd door de beeldhouwer Jurriaan Westerman die enige jaren daarvoor ook de kas voor het orgel van de Grote of St-Michaelskerk te Zwolle heeft vervaardigd. De decoratie is zeer rijk.
Uitzonderlijk voor Nederlandse begrippen is de marmeren onderbouw met zijn monumentale consoles. De borstwering is in afwijking van Zwolle in panelen onderverdeeld. Het snijwerk van de opzetstukken is bij beide orgels verwant en gaat terug op Daniël Marot. Het figuratieve snijwerk is bij beide orgels eveneens in dezelfde geest. Het blinderingssnijwerk van het Amsterdamse orgel is echter veel weelderiger van vorm en werd vermoedelijk door Westerman zelf vervaardigd.
