Strumphler-orgel, Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk /
Dit orgel, oorspronkelijk gebouwd voor de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam, is het grootste in het oeuvre van Johannes Stephanus Strumphler. In 1806 herstelt Strumphler het orgel waarbij waarschijnlijk de Quintadeen 8' van het bovenwerk wordt aangebracht.
In 1838 neemt de firma J. Bätz & Co het orgel onder handen. Daarbij worden onder meer de klavieren en koppelingen vernieuwd en een pedaalkoppel toegevoegd. De Vox Humana 8' van het bovenwerk wordt vernieuwd en het open pijpwerk van stemlappen voorzien.
In de jaren 1853/55 voert Hermanus Knipscheer omvangrijke werkzaamheden uit. Zo wordt onder andere een koppeling Ped-RP toegevoegd en de dispositie op een aantal punten gewijzigd. De dubbelkoren worden weggenomen.
In 1886 vervangt Pieter Flaes de laden van het hoofdwerk met gebruikmaking van de oude stokken en slepen. D.G. Steenkuijl voert in 1894 en 1916 werkzaamheden aan de windvoorziening uit waarbij de acht spaanbalgen worden vervangen door een magazijnbalg. In 1922 voegt A. Bik een pneumatisch zwelwerk toe dat naar keuze vanaf manuaal II of III bespeelbaar is. In 1940 wordt dit werk van een eigen klavier en elektrische tractuur voorzien.
In 1950 wordt het kerkgebouw te Amsterdam gesloten. Een jaar later wordt het orgel verkocht aan de Hervormde Gemeente te Arnhem en door D.A. Flentrop gedemonteerd.
Dispositie vóór 1951:
| Hoofdwerk (III) Prestant 16' | Rugpositief (II) Quintadeen 16' | Bovenwerk (IV) Prestant 8' |
| Zwelwerk (I) Holpijp 8' | Pedaal Prestant 16' | Werktuiglijke registers koppeling HW-RP Manuaalomvang C-f3 |
De kas van dit orgel is ontworpen door B.W.H. Ziesenis, ‘onderopzichter’ van stadsbouwmeester Abraham van der Hart, de ontwerper van de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk, maar de vormgeving van de kas wijst erop dat beiden zich met de bouw van het orgel hebben bemoeid. Het beeldhouwwerk is grotendeels afkomstig van de beeldhouwer Anthonie Ziesenis.
Voor het Rugpositief hebben de ontwerpers het klassieke Hollandse rugwerk als uitgangspunt genomen, zij het dat dit door de neoclassicistische als het ware opnieuw in elkaar gezet wordt. De spitse zijtorens worden door de brede ionische pilasters met bijbehorend hoofdgestel tot een nieuwe architectonische eenheid getransformeerd. De zware onderlijsten onderstrepen deze zelfstandigheid. De geronde zijvelden zijn weliswaar gehandhaafd, maar vallen nauwelijks op en de gedeelde tussenvelden fungeren alleen nog als trait-d’union tussen de zijtorens en de middentoren. De ornamentiek is rijk en delicaat.
De vormgeving van de hoofdkas is duidelijk beïnvloed door de beperkte hoogte van de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk te Amsterdam. Opvallend is het verschil in scheiding tussen de middentoren en de zijtorens. De velden van het hoofdwerkfront zijn ongedeeld. Het gevolg daarvan is dat de eveneens ongedeelde velden van het bovenwerkfront een relatief grote hoogte hebben en daardoor wat slap overkomen. De beschikbare hoogte op de oorspronkelijke locatie was bovendien onvoldoende voor een passende kap. Wel werd een paneel met tympaan aangebracht dat echter in Arnhem niet herplaatst is. In plaats daarvan is de middentoren alsnog van een kap voorzien, conform het oorspronkelijke ontwerp.
De decoratie van de hoofdkas is soberder dan die van het Rugpositief. Uit de bewaard gebleven ontwerptekening kan echter worden afgeleid dat aanvankelijk een rijkere decoratie was voorzien. Het beeldhouwwerk van de hand van Anthonie Ziesenis draagt voor een deel nog een vrij uitgesproken barok karakter. Dat is vooral te zien bij de engelen onder de pedaaltorens.
Onder het Rugpositief zijn twee leeuwenkoppen te zien die slingers dragen. Daaronder ziet men een schild met een opschrift over de schenker van het orgel, gedragen door drie putti. Putti zijn ook aanwezig op de torens van het Rugpositief; links houden zij een zuil vast en rechts een palmboom. Op de middentoren een merkwaardige trofee met een wierookvat, enkele reusachtige bladeren en een evangelieboek. Op de middentoren van de hoofdkas een zeer klein uitgevallen David; op de pedaaltorens zittende engelen. De tussentorens zijn voorzien van bazuinblazende engelen.
