Robustelly-orgel, Sint-Lambertuskerk / Helmond
Het orgel is in 1772 gebouwd door de Luikse orgelmaker Guillaume Robustelly en stond oorspronkelijk in de Abdijkerk te Averbode. Als de abdij in 1797 sluit wordt het orgel gedemonteerd en opgeslagen.
In 1822 krijgt het orgel een nieuwe bestemming in de toenmalige Sint-Lambertuskerk te Helmond. De overplaatsing en herbouw worden uitgevoerd door de Luikse orgelmaker Graindorge. In grote lijnen blijft de oorspronkelijke aanleg, met vier klavieren en een aangehangen pedaal dan nog gehandhaafd.
In 1861 wordt een nieuwe kerk gebouwd. Een jaar later plaatst de orgelmaker F.C. Smits het orgel over, waarbij het vrij ingrijpend gewijzigd wordt. Het tot dan toe aanwezige Récit en Echo worden vervangen door een nieuw Borstwerk en de windladen van het Hoofdwerk verplaatst. Verder krijgt het orgel een nieuw vrij pedaal en worden windvoorziening, klavieren en mechanieken (deels) vernieuwd. Ook de dispositie wordt vrij ingrijpend gewijzigd waarbij echter veel pijpwerk uit 1772 bewaard blijft.
Nadat in 1925 nog enkele dispositiewijzigingen worden uitgevoerd volgt in 1954 een algehele restauratie door de firma L. Verschueren. Daarbij wordt de dispositie van 1862 als uitgangspunt genomen en met enkele stemmen aangevuld. Verder worden enkele doorslaande tongwerken opslaand gemaakt. Tenslotte zijn onder andere regulateurs aangebracht en is de omvang van het pedaalklavier uitgebreid tot C-f1.
In 1974 wordt het orgel door dezelfde firma nogmaals gerestaureerd. Daarbij wordt voor hoofdwerk en rugpositief de situatie 1772 als uitgangspunt genomen en voor borstwerk en pedaal de toestand 1862. De regulateurs uit 1954 worden verwijderd, maar de pedaalomvang blijft gehandhaafd.
| Hoofdwerk | Rugpositief | Borstwerk Holpijp 8' Salicionaal 8' Prestant 4' Fluit 4' Blokfluit 2' Sesquialter II Dulciaan 8' Vox Humana 8' |
| Pedaal | Werktuiglijke registers Manuaalomvang C-f3 |
De kas
Aan het front van dit orgel is goed te zien dat Robustelly het vak leerde bij de beroemde Luikse orgelmaker Jean-Baptiste le Picard. De opbouw van het front vertoont namelijk grote overeenkomsten met de door Le Picard gebouwde orgels in onder meer Herkenrode (1744, verloren gegaan) en Tongeren (1750).
Typerend is de opbouw in de breedte en de afwezigheid van een middentoren in de hoofdkas. Ten aanzien van het rugpositief zijn de verschillen met genoemde Le Picard-orgels groter.
De decoratie van deze instrumenten kenmerkt zich door zeer weelderige rococo vormen. In Helmond is dit alles terughoudender en bespeurt men reeds de nadering van het neoclassicisme. Toch zijn ook hier nog veel rococo elementen te vinden.
De soffiet onder het rugpositief is vermoedelijk 19de eeuws. De galerij met haar opengewerkte panelen met bladranken stamt in elk geval uit deze tijd.
