Müller-orgel, Grote of Sint-Bavokerk / Haarlem
Het orgel is in de jaren 1735-1738 gebouwd en gedurende de loop der eeuwen een aantal malen gewijzigd. Christian Müller voert al in 1742 schoonmaak- en herstelwerkzaamheden uit. Zijn zoon Pieter herstelt in 1777 de balgen. In 1783 wijzigt Hendrik Hermanus Hess de Cimbel van het Rugpositief in een Carillon. In 1804 vervangt Jan Pieter Schmidt dit register door een Cornet. Tevens stelt hij de dubbelkoren buiten werking en levert hij een nieuwe houten Subbas 16. In 1837 krijgt het orgel nieuwe klavieren.
Een eerste redelijk omvangrijke restauratie vindt plaats in 1869. C.G.F. Witte vervaardigt onder meer nieuwe klavieren en koppelingen. Daarnaast worden de windvoorziening, de winddruk, de dispositie en de intonatie gewijzigd. De firma Maarschalkerweerd & Zn vervangt in 1905 de 12 spaanbalgen van Müller door drie nieuwe magazijnbalgen en een aantal schokbalgen. Aan de mechaniek van het hoofdwerk en de koppelingen worden barkerhefbomen toegevoegd.
In 1961 voltooit de firma Marcussen & Søn een ingrijpende algehele restauratie. De mechanieken en de klavieren worden opnieuw vervangen en de windladen worden van een verend sleepsysteem voorzien. Daarnaast wordt de dispositie van 1738 hersteld en uitgebreid met een Scherp op het hoofdwerk en een Mixtuur op het pedaal. De pedaalomvang wordt uitgebreid.
In 1986 word de orgelkas opnieuw geschilderd. In 1987 en 1996 voert Flentrop Orgelbouw een gedeeltelijke herintonatie uit.
| Hoofdwerk | Rugpositief | Bovenwerk Quintadena 16' |
| Pedaal | Werktuiglijke registers Manuaalomvang C-d3 |
|
De kas
De kas van dit orgel is vrijwel zeker ontworpen door de orgelmaker, waarschijnlijk in overleg met stadsbouwmeester Hendrik de Werff. Het beeldhouwwerk is hoofdzakelijk van de hand van Jan van Logteren, die zich bij zijn laatste werkstukken - met name de borstwering en de soffiet - het toezicht van de Haagse beeldhouwer Hendrik van Limborch moest laten welgevallen.
De opbouw van het front gaat terug op die van het orgel in de Grote Kerk te Leeuwarden; rugpositief en hoofdwerk zijn bij beide orgels in hoofdzaak gelijk. Een belangrijk verschil is dat in Haarlem 32-voets pedaaltorens zijn aangebracht. Van nog grotere betekenis voor het visuele aspect is dat het voor Leeuwarden ontwikkelde concept in Haarlem is verrijkt met een afzonderlijk vijfdelig bovenwerk.
De decoratie is zeer rijk. In de door Van Logteren toegepaste siervormen is duidelijk nog de invloed te zien van Daniel Marot. In de borstwering en de vleugelstukken van het rugpositief is daarentegen de invloed van Van Limborch zichtbaar.
