Grote Kerk, Den Haag /
Het in 1882 opgeleverde instrument bleef in de loop der jaren niet ongewijzigd. In 1901 voert J.F. Witte omvangrijke herstelwerkzaamheden uit nadat het instrument door de extra verwarming ter gelegenheid van het huwelijk van H.M. koningin Wilhelmina beschadigd was geraakt.
In 1919 voert G. van Leeuwen een algehele schoonmaak en revisie uit. Vijf jaar later pneumatiseert hij de tractuur van het Pedaal.
In de jaren 1941/43 voerde Van Leeuwen een algehele restauratie van het orgel uit, waarbij ook de dispositie op een aantal punten wordt gewijzigd en de omvang van manualen en pedaal wordt uitgebreid. Verschillende bestaande registers worden verwijderd of gewijzigd en aansluitend volgt een ingrijpende herintonatie. Vanwege de oorlogsomstandigheden kunnen de werkzaamheden echter niet geheel worden afgerond.
In 1953/54 maakt een restauratie van de kerktoren veranderingen in de windvoorziening noodzakelijk. Van de vier oorspronkelijke magazijnbalgen worden er uiteindelijk twee in gewijzigde vorm herplaatst.
Uiteindelijk wordt het instrument in 1968 afgebroken. Een deel van de windladen en het pijpwerk krijgt uiteindelijk een nieuwe bestemming in diverse andere instrumenten.
| Manuaal I | Manuaal II (in zwelkast) | Manuaal III (in zwelkast) |
| Pedaal Subbas 32' Prestant 16' Subbas 16' Quint 12' Octaaf 8' Bourdon 8' Quint 6' Octaaf 4' Vlakfluit 2' Ruischpijp 4 st. Bazuin 32' Bazuin 16' Basson 16' Trombone 8' Trompet 4' Cinck 2' | Werktuiglijke registers koppeling I-II koppeling II-III koppeling Ped-I trede zwelkast II trede zwelkast III trede combinatiestemmen I trede combinatiestemmen II trede combinatiestemmen III trede combinatiestemmen Ped ventiel calcant Manuaalomvang C-g3 Pedaalomvang C-f1 |
|
De kas van dit orgel werd geleverd door de Roermondse firma Cuypers & Stoltzenberg.
De keuze voor dit atelier lag voor de hand omdat P.J.H. Cuypers ook de restauratie van het kerkgebouw had geleid. Hij was dan ook nauw betrokken bij de totstandkoming van het uiteindelijke ontwerp van front en orgelgalerij.
Om kerkpolitieke redenen fungeerde de orgelmaker echter als intermediair. In afwijking van het oorspronkelijke ontwerp koos men uiteindelijk voor een eenvoudigere ornamentiek.
