Binvignat-orgel, St.-Martinuskerk

Binvignat-orgel, St.-Martinuskerk /

Bouwer:
Oplevering:

Bij de bouw van het orgel gebruikte Binvignat een bestaande windlade en een aanzienlijke hoeveelheid bestaand pijpwerk. Op enig moment is de manuaalomvang in de discant vergroot van e3 tot g3.

De firma P.J. Vermeulen en Zonen voert in 1900 ingrijpende wijzigingen uit waarbij onder meer nieuwe klavieren, nieuwe registerknoppen en grotendeels nieuwe mechanieken worden aangebracht. De spaanbalgen worden vervangen door een magazijnbalg en de dispositie wordt op een aantal punten gewijzigd.

In 1920 wordt het orgel door M. Pereboom overgeplaatst naar het huidige kerkgebouw.

In 1977 voert Verschueren Orgelbouw een algehele restauratie uit waarbij het orgel wordt verplaatst naar het transept van de kerk. De niet originele delen van de kas worden vernieuwd en nieuwe klavieren en registerknoppen aangebracht. De magazijnbalg wordt vervangen door een historische spaanbalg uit voorraad van de orgelmakers en de dispositie wordt grotendeels in de oorspronkelijke toestand teruggebracht.

Manuaal

Montre 8'

Bourdon 8'

Prestant 4'

Flûte 4'

Nazard 3'

Doublette 2'

Sesquialter 2 r.

Fourniture 4 r.

Cornet D 3 r.

Trompette B/D 8'

Manuaalomvang C-e3

Pedaalomvang C-f (aangehangen)

 



Aan de orgelkas is duidelijk te zien dat deze oorspronkelijk was ingesnoerd. Binvignat heeft in 1818 dan ook gebruik gemaakt van een bestaande kas en deze eenvoudig aan de nieuwe situatie aangepast.

De onderkas is zeer sober gedecoreerd met een bescheiden pijnappel onder de middenoren.

De bovenkas draagt zijn huidige uiterlijk waarschijnlijk grotendeels aan de werkzaamheden uit 1818. Opvallend zijn de bovenblinderingen: een timmermansversie van een dorisch fries.