Klaas Bolt

Klaas Bolt (1927 - 1990)


Klaas Bolt komt in 1927 ter wereld in een Gronings onderwijzersgezin. Zijn vader is behalve onderwijzer ook koordirigent en kerkorganist. Het is daarom niet vreemd dat er in huize Bolt een piano en een pedaalharmonium aanwezig. Beide instrumenten werken op Klaas als een magneet.

Na de eerste pianolessen, blijkt dat hij meer aanleg heeft voor het orgel. Hij krijgt les van Johan van Meurs op het Schnitger-orgel in de Groninger Der Aa-kerk.

Ondanks zijn muzikale aanleg kiest Klaas er aanvankelijk voor om naar de kweekschool te gaan. Uiteindelijk kiest hij toch voor een carrière als organist. Via de staatsexamens A en B haalt hij zijn diploma met zeer hoge cijfers voor zijn improvisatiespel.

In 1952 wordt hij door de gemeente Haarlem benoemd tot stadsorganist. Zijn thuisinstrument wordt daarmee het befaamde Müller-orgel in de Grote Kerk.

Hij bekwaamt zich na zijn afstuderen verder in improviseren door les te nemen van Cor Kee.
In 1956 en 1957 wint hij het Internationaal Orgelimprovisatieconcours in Haarlem.

Klaas Bolt raakt geïnteresseerd in de gemeentezang. Hij verdiept zich in de geschiedenis ervan en verpandt zijn hart aan dit deel van de kerkdienst.

Als adviseur begeleidt hij veel orgelrestauraties, waarbij hij mechanische orgels als uitgangspunt neemt.

Daarnaast is Bolt docent aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam en leidt in die hoedanig menig organist op.