Adriaan Blankenstein

Adriaan Blankenstein (1921 - 2004)


Adriaan Blankenstein toont al vroeg aanleg voor muziek en heeft ook veel aandacht voor technische zaken. Al jong krijgt hij zijn eerste lessen van J.G. Groothengel, de blinde organist van de Grote Kerk in Hilversum, die behalve voor orgelspel ook veel aandacht besteedt aan harmonieleer en improvisatie in de kerkdienst.

Later volgt Blankenstein een opleiding in elektrotechniek en krijgt op muziekgebied goede contacten met o.a. Hans Brandt-Buys en Anthon van der Horst. Ook steekt hij zijn licht op bij diverse orgelbouwers.

Tot 1952 is hij organist in de Nieuwe Kerk te Hilversum; hij werkt enkele jaren als audiotechnicus bij de NCRV. Pas in de bezettingsjaren besluit hij fulltime organist te worden. Na een opleiding aan het Amsterdams Conservatorium (1946-1951) studeert hij nog bij Anthon van der Horst (orgel) en Jan Felderhof (muziektheorie).

In 1952 wordt Blankenstein benoemd als cantor-organist in Leiden; eerst in de Hooglandse kerk, daarna in de Pieterskerk. Vanaf die tijd zet hij zich, behalve voor zijn leerlingen en zijn concerten, met volle kracht in voor het behoud van het Van Hagerbeer-orgel en stelt alles in het werk om te voorkomen dat een ontijdige ‘restauratie’ onherstelbare schade aanricht. De in 1998 gereedgekomen restauratie vervult hem met vreugde.

Nadat de Pieterskerk in 1973 aan de eredienst wordt onttrokken, wijdt hij zich met zijn jongste zoon aan een nieuwe levenstaak: het bouwen van klavecimbels.

Bron: mevr. Annie Blankenstein-Offenberg