Willem Vogel
Willem Vogel (1920 - )
Willem Vogel wordt in 1920 in Amsterdam geboren. Zijn jeugd brengt hij door in Weesp, waar hij van Piet Esselman zijn eerste orgellessen krijgt.
Hij begint vrij vroeg met componeren. Zijn eerste compositie, een meerstemmige koorwerk “Zondagmorgen”, componeert Vogel als hij dertien jaar is. Later studeert hij in Amsterdam compositie bij Jan Koetsier en orgel bij Albert de Klerk.
Tevens studeert hij aan de Beiaardschool in Amersfoort. Dit leidt tot het ontstaan van een aantal composities voor beiaard. Deze stukken blijven niet onopgemerkt en worden onderscheiden met ondere andere de Beiaardprijs in Mechelen en de Visser Neerlandia prijs.
Tijdens de jaren veertig is Vogel organist van de Emmakerk in de Amsterdamse Watergraafsmeer en de Willem de Zwijgerkerk. Vanaf 1957 is hij cantor-organist in de Nieuwe Zijds Kapel aan het Rokin.
Bijna achtentwintig jaar lang, vanaf 1974 tot aan zijn pensionering in 2002, blijft Vogel verbonden aan de Amsterdamse Oude Kerk; eerst als dirigent van de Sweelinck cantorij, daarna als organist. Samen met Frits Mehrtens, Tim Overbosch, Willem Barnard, Wim ter Burg, Tera de Mares Oyens, dominee van Beusekom en Sytze de Vries zet hij zich in voor vernieuwing van de liturgie.
Willem Vogel is vooral bekend geworden door zijn psalmvoorspelen, evangeliemotetten en kerkliederen. Een groot aantal van zijn liederen is in bundels (“Het Liedboek voor de Kerken”, “Zingend Geloven”, “Gezangen voor Liturgie”) opgenomen en worden veel gebruikt in de eredienst.
(Met dank aan Arnold Vogel)
