George Stam (1905 - 1995)
“In de "Psalmen voor Orgel" van Cor Kee is Psalm 103 opgedragen aan George Stam. Het is één van de meest heetgebakerde voorspelen uit de verzameling ...
Van deze heetgebakerde Stam is de volgende grappige dialoog met Albert Schweitzer beroemd: Stam: “Meneer Schweitzer, U speelt de werken van Bach veel te langzaam." Waarop Schweitzer antwoordt: "Meneer Stam, misschíen speel ik de werken van Bach te langzaam, het is echter zeker dat U ze te snel speelt."
Ruim een eeuw geleden wordt George Stam op 2 juli 1905 in Rotterdam geboren. In deze stad overlijdt hij bijna 90 jaar later eind april 1995.
George (Joris) Stam krijgt de eerste muzieklessen op het harmonium, aanvankelijk zonder al te veel succes. In 1916 verhuist de familie Stam naar Zutphen. Daar neemt George opnieuw les, dit maal bij de organist van de Walburgiskerk, de beroemde en blinde organist Cornelis Bute.
Hij zet zijn studie voort bij de organist van de Arnhemse Eusebiuskerk, Cornelis de Wolf. Bij hem zet hij in 1925 zijn studie voort aan het Amsterdams conservatorium. Deze studie wordt bekroont met een voor die tijd voor orgel zeldzame prix d’excellence.
In 1931 volgt George Stam de plotseling overleden Jan Paardekoper op als organist van de Grote Kerk in Leeuwarden. Deze functie bekleedt hij met grote inzet en enthousiasme gedurende 18 jaren. Zijn faam maakt hem al spoedig bekend in heel Nederland. Stam is er tevens actief als leraar en koordirigent.
In Utrecht is Stam van 1949 tot 1953 directeur van het "Conservatorium en Muziekschool van Toonkunst". Van 1953 tot ’56 is hij directeur van het Conservatorium van Amsterdam.
Hij blijft spelen: in 1950 wordt hij in Amsterdam vlakbij het Vondelpark organist van de inmiddels afgebroken Koepelkerk. Kort daarna wordt hij organist van de Westerkerk in Amsterdam.
Later is hij op diverse plaatsen organist. In 1959 neemt hij het organistschap van de Grote- of Sint-Laurenskerk te Rotterdam op zich. Op dat moment werkt hij ook als directeur van het conservatorium aldaar.
In het voorjaar van 1968 stapt Stam op, na onenigheid over een concert dat hij als smakeloos bestempelt.
Naast koraalzettingen en voorspelen schrijft Stam zelfstandige composities voor orgel. Zijn stijl noemt men traditioneel, later waagt hij zich aan voorzichtige verkenningen in het moderne idioom.

