Georg Böhm
Georg Böhm (1661 - 1733)
De Duitse organist en componist Georg Böhm is vooral bekend vanwege zijn muzikale invloed op J.S. Bach en zijn ontwikkeling van de koraalpartita. Hierin koppelt Böhm de variatietechniek, bekend van Sweelinck, aan het kerklied en met als resultaat de koraalpartita.
Vergeleken bij de koraalvariatie is de koraalpartita homofoner. Bovendien houdt de partita zich meer aan de melodielijn dan de koraalvariatie. De partita is in eerste instantie bedoeld voor huiselijk gebruik, geschikt voor het klavecimbel of de pedaalklavecimbel maar ze wordt ook wel op het orgel uitgevoerd.
De jonge Georg krijgt zijn eerste lessen van zijn vader, die schoolmeester en organist is. In 1693 verhuist Böhm naar Hamburg. In Hamburg en omgeving is er veel te beleven op muziekgebied: Böhm hoort de Franse en Italiaanse opera’s uitgevoerd door de Lully-leerling Kusser. En natuurlijk hoort hij de beroemde organisten Lübeck, Buxtehude en Reincken.
In 1689 krijgt Böhm dan zijn eerste organistenaanstelling en wel in Lüneburg. Hij volgt de organist Chistian Flor op in de Joanniskirche.
Zijn invloed op de jongere J.S. Bach wordt altijd genoemd. Bach studeert aan de Michaëlisschule in Lüneburg in de tijd dat Böhm in de stad komt wonen. Daarnaast zijn er familiebanden tussen de families Schambach (de moeder van Böhm) en Bach.
In Anna Magdalena’s ‘Notenbuch’, de tweede vrouw van J.S. Bach, is een ‘Menuet fait par Mons. Böhm’ te vinden. De compositie is mogelijk een huwelijksgeschenk van Böhm. Ten slotte schrijft Bachs zoon Carl Philippe Emanuel in 1775 dat Böhm en zijn werken zeer geliefd waren bij zijn vader.
Het oeuvre van Böhm omvat naast klavier- en orgelwerken enkele cantates, motetten, twee passies en geestelijke liederen. Zijn Johannespassie werd lange tijd aan Georg Friedrich Händel toegeschreven.
